搜尋

荷蘭語 動詞現在時(規則變化)

荷蘭語規則動詞的現在時變化
我   :字根(原形去字尾 -en;z、v 清音化為 s、f)
其他單數:字根 + -t
複數  :原形

原形:spreken
Ik spreek Chinees. 我說中文。【原形去 -en 後,-e- 改為 -ee- 以還原長音】
Je spreekt Engels. 你說英語。
U spreekt Nederlands. 您說荷蘭語。
Hij spreekt Frans. 他說法語。
Ze spreekt Japans. 她說日語。
Wij spreken Spaans. 我們說西班牙語。
Jullie spreken Vlaams. 你們說法蘭德斯語。
Ze spreken Koreaans. 他們說韓語。

原形 > 字根:例句
werken > werk:Ik werk elke dag op kantoor. 我每天在辦公室工作
leren > leer:Ik leer Nederlands. 我荷蘭語。
wonen > woon:U woont in een mooi huis. 您在一間漂亮的房子裏。
maken > maak:Hij maakt het avondeten. 他晚餐。
spelen > speel:Ze speelt een videogame in de kamer. 她在房間裏遊戲。
luisteren > luister:Hij luistert naar muziek. 他在音樂。
reizen > reis:Ik reis deze zomer naar Frankrijk. 我今年夏天去法國旅行
bellen > bel:Ik bel de dokter. 我打電話給醫生。
schrijven > schrijf:Ze schrijft een brief aan haar moeder. 她在信給她的母親。
eten > eet:Hij eet elke ochtend brood met kaas. 他每天早上起司麵包。
drinken > drink:Ze drinkt water. 她水。

沒有留言:

張貼留言